Toscani

Art is the nearest thing to life; it is a mode of amplifying experience and extending our contact with our fellow-men beyond the bounds of our personal lot

George Eliot

De eerste kennismaking met het werk van Bep Toscani is overdonderend. Men staat tegenover een explosie van kleuren, schijnbare chaos en willekeur, en toch is het consistent. Het lijkt op het werk van een ontembaar kind dat in een hangar vol jerrycans met acrylverf, schappen vol stapels kranten, papier, karton, lappen stof, platen perspex, hout in soorten en maten, kwasten, scharen en zagen wordt losgelaten met de mededeling: ga jij maar lekker je gang. En inderdaad, in dat Luilekkerland gaat Toscani dan aan de gang om orde te scheppen. Haar orde, wel te verstaan.

80x80x18cm-2015

Toscani is een kunstenares die niet stil kan zitten. Haar ogen tasten rusteloos, intens en trefzeker de omgeving af om te zien of er iets is dat ze kan gebruiken, combineren, veranderen, mooier maken, alles wat haar op een idee brengt. Haar lichaam beweegt mee met haar gedachten en de ideeën die in haar ontstaan, haar handen halen naar buiten wat zich van binnen gevormd heeft, ze kneden de woorden om haar gedachten mee uit te drukken en gaan ermee aan het werk. Handen en ogen, die twee. Altijd in beweging.

Haar CV op de website van Arthouse Concepts begint bij 1985, maar gaat veel verder terug. Want Toscani is niet pas in 1985 geworden wie zij nu is, zij is geboren en werkte al jaren als kunstenaar. Ze moest zich in die tijd bevrijden van verbintenissen die begonnen te knellen. Ze inspireerde kunstenaars die door haar oerdrift en haar vrijheid van geest werden aangestoken, van wie het werk te veel op het hare begon te lijken. Daar heeft ze zich van los moeten maken, om haar autonomie als kunstenaar te behouden.
De ruimte die ze samen met haar partner Hans Cornel ten slotte vond was het schooltje in Oudesluis, dat leeg stond. Hun stadsateliers waren te klein geworden voor hun ambities, hun werkkracht en hun ideeën. In Oudesluis werd Arthouse Concepts geboren. Hier hebben ze zich beiden ten volle kunnen ontplooien. Het schooltje was een uitdaging om nog groter te gaan werken, binnen- en buitenruimtes te transformeren tot berceuses, priëlen, kamers en zalen waarin men rondwaart als Alice in Wonderland. Daar konden ze er op hun eigen manier weer andere kunstenaars bij betrekken, ook uit de wereld van kleinkunst en muziek.

Jip-Broeks_Tosc-in-atelier

header volkskrantmagazine

 

Willem Breuker Kollektief bij Arthouse Concepts 2012

De formaten van Toscani’s doeken zijn dus groot, maar er is ook veel klein werk dat in een onafgebroken stroom van haar werktafels komt. De kleine werken hebben hetzelfde handschrift, dezelfde zeggingskracht, vertonen dezelfde vormen en kleuren als de grote. Het verschil is het materiaal. Het kleine werk is dikwijls papier of karton, en bij vlagen perspex. Het zijn collages in gemengde technieken, zoektochten naar ordening, voorlopers of herhalingen van motieven die in het grote werk terugkeren. Ze zijn vaak meer verstild dan het grote werk, maar altijd een feest van kleur, een belevenis voor het oog.

Toscani’s kunst is abstract en komt voort uit de kunst van de twintigste eeuw. Het zou niet kunnen bestaan zonder Cobra en het abstract-expressionisme, of het kubisme. Al is dat laatste vooral in de collages zichtbaar, en wanneer Toscani kranten als dragers gebruikt. In de jaren ’80 en ‘90 wilde ze ook nog wel eens teruggrijpen naar figuratieve elementen zoals de drie gratiën van Matisse, maar die doken dan toch altijd in zwarte lijnen op uit een wirwar van kleurvegen, die hun vormen tegelijk accentueerden en verdoezelden. Op die tekeningen, die bestaan uit mensachtige figuren die elkaar groeten en omarmen, ziet men hoe Toscani het spel met kleuren onderzoekt en telkens een andere over- of onderschildering aanbrengt waarin het penseel met de zwarte verf de contouren van de mensfiguren zet. Het zijn de enige werken waarop het witte papier overal doorheen zichtbaar blijft

65x50cm_communicatie_2_'8865x50cm_communicatie_1-'88In die tijd had een enkel werk ook een titel als ‘Communicatie’. Want dat is een sterke drijfveer van Toscani: ze wil met haar werk geen verhaal vertellen, maar ze wil contact met de toeschouwer maken. Haar werk is op de een of andere manier buitengewoon communicatief, net zoals muziek dat is. Het gaat erin om de emotie. Het werk van Toscani is dan het best te vergelijken met jazz, die ons bij elke noot verrast. ‘Zie hoe deze lijn naar dat vlak gaat, en daarboven weer heel anders, maar toch hetzelfde, terug’, lijkt ze te zeggen. ‘Bijna als in een cirkel, bijna als in een vierkant. Zie ook hoe die ene kleur de andere in balans houdt, hoe dit motief daar terugkeert. Die afwisseling van lichtvoetigheid en zwaarte tussen de instrumenten. Kijk hoe ik zorg dat je niet in een labyrint of een oerwoud verdwaalt, in een wirwar van veelkleurig blad en lianen, maar leer het landschap waarin je oog wandelt kennen. Zie je nu dat het is aangelegd? Dat er een thematiek in zit?’ Hoe verwarrend het in het begin ook lijkt, het is een park waar een duidelijke structuur aan ten grondslag ligt, die een eenheid vormt.

Wie Toscani door de jaren heen volgt, ziet dat bepaalde thema’s en materialen enige tijd intensief gebruikt worden, tot het even op een zijspoor komt. Dan heeft ze een nieuwe uitdaging van een ander materiaal gevonden, dat helemaal wordt onderzocht op zijn mogelijkheden. Dat kan zo eindeloos doorgaan, totdat een materiaal van vroeger ineens weer opduikt en in een nieuwe toepassing aan een nieuw leven begint.

Zo gebruikte ze in de jaren ’80 dikwijls Chinese kranten als ondergrond, omdat de layout van de kranten een heldere ordening gaf zonder dat de leestekens de westerling afleidden met een verhaal. Een krant is niets anders dan communicatie, maar een krant heeft in zijn ordening ook een eigen schoonheid en roept met zijn verhalen ook associaties met beelden buiten de krant op. Die legde Toscani er dan met haar verf in haar eigen beeldtaal overheen. Om de verbinding te maken gebruikte ze op die kranten ook op reeksen van Chinese karaktertekens gebaseerde vormen, en goot die in een nieuwe vorm. Ze maakte over de kolommen met hun karakters heen een nieuw raster van kleur en wisselende ornamentiek, die communiceert met de kijker. Ze gaf de toeschouwer kranten van kleur te lezen.

Dat dit zo werkt, wordt nog duidelijker nu ze weer af en toe met kranten als dragers werkt. Ditmaal zijn het Nederlandse kranten en blijft herkenbaar welke krant het is en waar de fragmenten opengebleven tekst over gaan. Iemand die niet weet waar hij moet beginnen te kijken, krijgt dan de neiging om toch even letterlijk te gaan lezen van welke datum de krant is en waar de artikelen over gaan, voor zover ze niet overschilderd zijn. Zo iemand zoekt naar het verhaal van de krant en niet naar wat Toscani heeft mee te delen. Die letterlijke manier van kijken heeft ze met de Aziatische kranten bij voorbaat buitengesloten.

Toscani 320x200 cmHaar methode van werken laag over laag was in 1985 onder meer al te zien in kleine objecten van drie of meer plaatjes doorzichtig perspex, die elk anders beschilderd waren. Daardoor gingen de kleurvlakken en de lijnen met elkaar communiceren en leverden een gelaagd object van doorkijkjes, schaduwen en weerspiegelingen op.

Na jaren komt nu het perspex weer terug in grotere maten, op een andere manier bewerkt, verzaagd en gelaagd. Alsof het oude motiefjes zijn, kanten kragen van lang geleden in stukjes geknipt en tot enorme formaten en grillige gaten opgeblazen. Of hagel en regen in striemen en stromen, op standaard formaten van 70 x 100 cm, in laag over laag geplakt plastic. In plastic verpakte sneeuwbuien. Herkenbare tranches de vie om naar te blijven kijken omdat het op deze manier toch weer ongekend is, en met elke oogbeweging van de toeschouwer in beweging komt.

relief_Toscani-130x160x18-2015110x150x6cm-met-plexiglas-2015

Rasterwerk en ordening ziet men ook op de foto’s die Toscani een tijdlang maakte. Zij is altijd gebiologeerd door de schoonheid van ritme en kleur. Dat heeft foto’s opgeleverd van groentestallen waarop de glanzend verse groenten en vruchten in kistjes in het gelid staan. Een ander zou een paar paprika’s pakken en een kilo tomaten kopen, Toscani ondergaat de betovering van de geordende vormen en kleuren en legt die vast. Zij kijkt over de intrinsieke betekenis heen, blaast details van de foto’s op en gebruikt die in een collage. Zij biedt ons op alles wat ons bekend is, een andere blik.

Hetzelfde doet ze sinds enkele jaren met aardewerk en porselein. Rommelmarkten worden afgestruind, serviezen en lampetkannen laat ze stuk vallen, als ze het nog niet waren. Al die scherven van een vroeger leven worden zorgvuldig tot een compositie opgebouwd en met elkaar verlijmd, beschilderd en in de oven gestopt. Wij kijken naar een stapeling van oude fragmenten tot een object dat ons bekend voorkomt en tegelijk nooit eerder gezien is. Een voorwerp met een eigen schoonheid, zoals ruïnes hun eigen schoonheid hebben. Toscani zet ons niet alleen aan het denken over de vergankelijkheid, maar ook over het regeneratievermogen van het leven. Scherven brengen geluk.

Schaal Goudservies

Hout is een van de favoriete materialen van Toscani. Verzaagd hout, waaihout, wrakhout. De enorme houten spoelen waar vóór het glasvezeltijdperk ondergrondse leidingen om waren gewikkeld inspireerden Toscani tot een installatie van hout in een nieuwe betekenis. Alle losse delen beschilderd in verschillende kleurschakeringen, gingen deze ogenschijnlijk onderweg afgevallen, maar in werkelijkheid zorgvuldig gerangschikte delen een nieuw leven leiden, als een rivier die uit de spoel kwam stromen.

Houtrelief_170x170cm_1983relief_toscani-2012Onbruikbare resten zaaghout en gebroken latten worden beschilderd, laag op laag gespijkerd en aan een muur gehangen, of als een driedimensionale tussenwand in de ruimte gezet. Zo biedt het object van alle kanten een andere aanblik en een andere doorkijk. Van elke kant bekeken is het tegelijk ook een kunstwerk met zijn eigen compositie, dat op een plat vlak zou kunnen bestaan.

Dit werken met hout is nooit helemaal weg geweest, maar nu weer prominent terug. Onmiskenbaar is het stempel van Toscani gebleven, en toch is ook in dit medium haar aanpak verschoven. Net zoals ze abstracte vormen uit beschilderd karton knipt, zaagt ze nu zorgvuldig met een figuurzaag vormen. Daarvoor gebruikt ze triplex omdat het object niet te zwaar mag worden, en bouwt de ontstane vormen met grote wiskundige precisie uit tot driedimensionale voorwerpen die op niets dan zichzelf lijken. Ze maakt haar objets trouvés nu zelf, omdat ze het proces helemaal in de hand wil hebben en meer diepte en doorkijk in haar collages wil krijgen dan uit een stapeling van vloerdelen mogelijk is.

De elementen worden dan eerst weer beschilderd en van al haar bekende motieven voorzien voordat ze deze monteert tot een solide maar toch luchtig ademende constructie. De objecten wekken niet alleen associaties met de broches van Lalique, maar ook met de prachtig beschilderde totems van indianenstammen die langs de noordwestkust van Amerika leven.

Het werk van Toscani heeft gedurende al die jaren een zichtbare rijping doorgemaakt. Ooit was het spontaan, ruw en schijnbaar onafgewerkt, onstuimig, hartstochtelijk, fel en van een meeslepende dynamiek. De werkwijze van Karel Appel in zijn jonge jaren. Nu is te zien dat zij haar vak beheerst en precies weet wat de maat van haar hartstocht moet zijn om tot een uitgebalanceerd resultaat te komen. Dat manifesteert zich in alle media: zowel in haar grote doeken, haar perspex werk, haar werk op papier, de collages, de gemengde technieken, maar vooral in haar houten objecten. Die laatste winnen aan glans door de grote secuurheid waarmee ze worden gemaakt, terwijl toch dat pure, hartstochtelijke, dynamische element dat haar handelsmerk is, niet verloren gaat. De bedachtzaamheid waarmee elke explosie geregisseerd wordt, geeft het recente werk een andere trefzekerheid mee dan het vroegere werk. Het getuigt in tegenstelling tot vroeger, toen de spontaneïteit het belangrijkste kenmerk was, van een volleerd vakmanschap. Het is haute couture geworden. En toch is het onmiskenbaar Toscani gebleven, want zij is degene die telkens opnieuw onderzoekt welke kanten ze nog eens op kan met dat wat ze in haar handen heeft. Zij blijft zich voortdurend vernieuwen. Daardoor blijft haar werk even overdonderend en verrassend als het van het begin af aan is geweest.

Margriet de Koning Gans
Laren, mei 2015